## Uitwerkingen toets 12 juni 2010 Opgave 1. Bekijk rijen $a_{1}, a_{2}, a_{3}, \ldots$ van positieve gehele getallen. Bepaal de kleinst mogelijke waarde van $a_{2010}$ als gegeven is: (i) $a_{n}a_{j}+a_{k}$ voor alle viertallen $(i, j, k, l)$ met $1 \leq i2 a_{m}$. Dus $$ a_{m+1}-a_{1}>2 a_{m}-2 a_{1} \stackrel{\mathrm{IH}}{\geq} 2\left(2^{m-1}-1\right)=2^{m}-2, $$ en aangezien $a_{m+1}$ positief en geheel is, volgt hieruit $a_{m+1}-a_{1} \geq 2^{m}-1$. Dit voltooit de inductie. Nu zien we dat voor $n \geq 1$ geldt: $$ a_{n} \geq 2^{n-1}-1+a_{1} \geq 2^{n-1} $$ en in het bijzonder $a_{2010} \geq 2^{2009}$. Anderzijds bewijzen we dat $a_{2010}=2^{2009}$ mogelijk is door te laten zien dat de rij gegeven door $a_{n}=2^{n-1}$ aan de voorwaarden voldoet. Deze rij bestaat uit positieve gehele getallen en is strikt stijgend (voorwaarde (i)). Zij nu ( $i, j, k, l)$ een viertal dat voldoet aan $1 \leq i<$ $j \leq k