## Selectietoets vrijdag 22 maart 2019 ![](https://cdn.mathpix.com/cropped/2024_12_06_17cab5219d1fc13e2e29g-1.jpg?height=369&width=622&top_left_y=130&top_left_x=1380) ## Uitwerkingen Opgave 1. Bewijs dat er voor elke positieve gehele $n$ hoogstens twee paren $(a, b)$ van positieve gehele getallen bestaan met de volgende twee eigenschappen: (i) $a^{2}+b=n$, (ii) $a+b$ is een tweemacht, d.w.z. er is een gehele $k \geq 0$ met $a+b=2^{k}$. Oplossing. Stel dat er drie of meer zulke paren bestaan bij dezelfde $n$. Dan zijn er wegens het ladenprincipe minstens twee, zeg $(a, b)$ en $(c, d)$, zodat $a \equiv c \bmod 2$. Schrijf $a+b=2^{k}$ en $c+d=2^{\ell}$ met $k$ en $\ell$ positieve gehele getallen. Neem zonder verlies van algemeenheid aan dat $\ell \geq k$. We zien dat $$ \begin{aligned} 2^{\ell}-2^{k} & =(c+d)-(a+b) \\ & =\left(c+n-c^{2}\right)-\left(a+n-a^{2}\right)=c-a-c^{2}+a^{2}=(a+c-1)(a-c) . \end{aligned} $$ Omdat $\ell \geq k$ is $2^{k}$ een deler van $2^{\ell}-2^{k}$. Omdat $a \equiv c \bmod 2$, is $a+c-1$ oneven, dus moet $2^{k}$ een deler zijn van $a-c$. Omdat $2^{\ell}-2^{k} \geq 0$ en $a+c-1>0$ is $a-c \geq 0$. Anderzijds geldt $a-c2 y$. b) Bewijs: als $x^{5}-y^{3} \geq 2 x$, dan geldt $x^{3} \geq 2 y$. ## Oplossing. a) Er geldt $x^{3}-4 x \geq y^{3}>0$, dus $x\left(x^{2}-4\right)>0$. Omdat $x$ positief is, volgt hieruit dat $x^{2}-4>0$, dus $x^{2}>4$. Dat betekent $x>2$. Verder geldt $x^{3}-y^{3} \geq 4 x>0$, dus $x>y$. Combineren van deze twee resultaten (wat mag omdat $x$ en $y$ beide positief zijn) geeft $x^{2}=x \cdot x>2 \cdot y=2 y$. b) Er geldt $\left(x^{4}-4\right)^{2} \geq 0$. Uitwerken geeft $x^{8}-8 x^{4}+16 \geq 0$. Omdat $x$ positief is, kunnen we dit met $x$ vermenigvuldigen zonder dat het teken omklapt, dus geldt ook $x^{9} \geq 8 x^{5}-16 x$. Uit de gegeven ongelijkheid volgt $x^{5}-2 x \geq y^{3}$. Als we dat combineren met het voorgaande, krijgen we $x^{9} \geq 8\left(x^{5}-2 x\right) \geq 8 y^{3}$. Hieruit volgt $x^{3} \geq 2 y$. Opgave 4. Bestaan er een positief geheel getal $k$ en een niet-constante rij $a_{1}, a_{2}, a_{3}, \ldots$ van positieve gehele getallen zodat $a_{n}=\operatorname{ggd}\left(a_{n+k}, a_{n+k+1}\right)$ voor alle positieve gehele getallen $n$ ? Oplossing I. Zo'n $k$ en bijbehorende rij bestaan niet. We bewijzen dit uit het ongerijmde, dus stel dat ze wel bestaan. Merk op dat $a_{n} \mid a_{n+k}$ en $a_{n} \mid a_{n+k+1}$ voor alle $n \geq 1$. Met een eenvoudige inductie volgt ook dat $a_{n} \mid a_{n+\ell k}$ en $a_{n} \mid a_{n+\ell k+\ell}$ voor alle $l \geq 0$. We bewijzen nu met inductie naar $m$ dat $a_{n} \mid a_{n+m k+(m+1)}$ voor alle $0 \leq m \leq k-1$. Voor $m=k-1$ volgt dit uit $a_{n} \mid a_{n+k \cdot k}=a_{n+(k-1) k+k}$. Stel nu dat voor zekere $m$ met $1 \leq m \leq k-1$ geldt dat $a_{n} \mid a_{n+m k+(m+1)}$. We weten ook dat $a_{n} \mid a_{n+m k+m}$, dus vanwege $a_{n+(m-1) k+m}=\operatorname{ggd}\left(a_{n+m k+m}, a_{n+m k+m+1}\right)$ geldt ook $a_{n} \mid a_{n+(m-1) k+m}$. Dit voltooit de inductiestap. Invulen van $m=0$ geeft nu $a_{n} \mid a_{n+1}$. Omdat $a_{n} \mid a_{n+1}$, geldt ook $\operatorname{ggd}\left(a_{n}, a_{n+1}\right)=a_{n}$ voor alle $n$. Dus $a_{n}=a_{n-k}$ voor alle $n \geq k+1$. We hebben nu $a_{n-k}\left|a_{n-k+1}\right| a_{n-k+2}|\ldots| a_{n}=a_{n-k}$. Omdat het om allemaal positieve gehele getallen gaat, moeten $a_{n-k}, a_{n-k+1}, \ldots, a_{n}$ allemaal gelijk zijn. Dit geldt voor alle $n \geq k+1$, dus de rij is constant. Tegenspraak. Oplossing II. Zo'n $k$ en bijbehorende rij bestaan niet. We bewijzen dit uit het ongerijmde, dus stel dat ze wel bestaan. Merk op dat $a_{n} \mid a_{n+k}$ en $a_{n} \mid a_{n+k+1}$ voor alle $n \geq 1$. Zij nu $0 \leq \ell \leq k$ een geheel getal. Dan geldt $k^{2}+\ell=(k-\ell) \cdot k+\ell \cdot(k+1)$. Door de eerste deelbaarheid $k-\ell$ keer toe te passen en vervolgens de tweede $\ell$ keer, vinden we hiermee dat $a_{n} \mid a_{n+k^{2}+\ell}$. Er geldt dus $a_{n} \mid a_{n+k^{2}+\ell}$ voor alle $0 \leq \ell \leq k$. We bewijzen nu dat als $a_{n} \mid a_{i}, a_{i+1}, \ldots, a_{i+k}$, dat dan ook $a_{n} \mid a_{i-1}$. Er geldt $a_{i-1}=$ $\operatorname{ggd}\left(a_{i+k-1}, a_{i+k}\right)$. Omdat $a_{n}$ ook een gemeenschappelijke deler van $a_{i+k-1}$ en $a_{i+k}$ is, moet er gelden dat $a_{n} \mid a_{i-1}$. We weten $a_{n} \mid a_{n+k^{2}}, a_{n+k^{2}+1}, \ldots, a_{n+k^{2}+k}$, dus door het bovenstaande toe te passen, vinden we $a_{n} \mid a_{n+k^{2}-1}$. Met inductie krijgen we nu $a_{n} \mid a_{n+k^{2}-m}$ voor alle $m