{"year": "2012", "tier": "T1", "problem_label": "1", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Voor positieve gehele getallen $a$ en $b$ definiëren we $a \\ominus b=\\frac{a-b}{\\operatorname{ggd}(a, b)}$. Bewijs dat voor elk geheel getal $n>1$ geldt: $n$ is een priemmacht (d.w.z. dat $n$ te schrijven is als $n=p^{k}$ met $p$ een priemgetal en $k$ een positief geheel getal) dan en slechts dan als voor alle positieve gehele $m0$. We moeten bewijzen dat $\\operatorname{ggd}(n, n \\ominus m)=1$ voor alle $mq$. Dus $\\frac{n}{q^{t}} \\geq p>q$, waaruit volgt $n>q^{t+1}$. Kies nu $m=n-q^{t+1}$. Dan geldt $\\operatorname{ggd}(n, m)=\\operatorname{ggd}\\left(n, q^{t+1}\\right)=q^{t}$, dus\n\n$$\nn \\ominus m=\\frac{n-\\left(n-q^{t+1}\\right)}{q^{t}}=\\frac{q^{t+1}}{q^{t}}=q .\n$$\n\nOmdat $q \\mid n$, geldt nu $\\operatorname{ggd}(n, n \\ominus m)=q>1$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2012-D_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 1.", "solution_match": "\nOplossing."}} {"year": "2012", "tier": "T1", "problem_label": "2", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "We hebben twee dozen met ballen. In de ene doos zitten $m$ ballen, in de andere doos $n$ ballen, waarbij $m, n>0$. Twee verschillende handelingen zijn toegestaan:\n(i) Verwijder uit beide dozen een gelijk aantal ballen.\n(ii) Vergroot het aantal ballen in één van de dozen met een factor $k$.\n\nIs het altijd mogelijk om alle ballen uit beide dozen te verwijderen met deze twee handelingen,\na) als $k=2$ ?\nb) als $k=3$ ?", "solution": "Bekijk eerst het geval $k=2$. We kunnen alle ballen uit beide dozen verwijderen op de volgende manier.\nAls $m=n$, dan halen we $m$ ballen uit beide dozen en zijn we klaar. Als $m \\neq n$, kunnen we zonder verlies van algemeenheid aannemen dat $m0$ ballen over; in de tweede doos blijven er $n-(2 m-n)=2 n-2 m=2(n-m)>0$ ballen over. Verdubbel nu het aantal ballen in de eerste doos en verwijder vervolgens uit beide dozen $2(n-m)$ ballen; dan zijn beide dozen leeg.\nBekijk nu het geval $k=3$. Noem $S$ het aantal ballen in de eerste doos min het aantal ballen in de tweede doos. Als we de eerste handeling toepassen, verandert $S$ niet. Als we de tweede handeling toepassen, zeg op een doos met $t$ ballen, dan verandert de pariteit van het aantal ballen in die doos niet (want $3 t \\equiv t \\bmod 2)$. De pariteit van $S$ verandert dus ook niet. We concluderen dat de pariteit van $S$ nooit verandert. Als we nu beginnen met $m=1$ en $n=2$, dan is $S=-1 \\equiv 1 \\bmod 2$. We kunnen nu nooit de situatie bereiken dat beide dozen leeg zijn, want dan zou $S \\equiv 0 \\bmod 2$. Als $k=3$ kunnen we dus niet altijd beide dozen leeghalen.\n\nAlternatieve oplossing voor $k=2$ : Als $m=n$, dan halen we $m$ ballen uit beide dozen en zijn we klaar. Als $m \\neq n$, kunnen we zonder verlies van algemeenheid aannemen dat $m