{"year": "2019", "tier": "T1", "problem_label": "1", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Bewijs dat er voor elke positieve gehele $n$ hoogstens twee paren $(a, b)$ van positieve gehele getallen bestaan met de volgende twee eigenschappen:\n(i) $a^{2}+b=n$,\n(ii) $a+b$ is een tweemacht, d.w.z. er is een gehele $k \\geq 0$ met $a+b=2^{k}$.", "solution": "Stel dat er drie of meer zulke paren bestaan bij dezelfde $n$. Dan zijn er wegens het ladenprincipe minstens twee, zeg $(a, b)$ en $(c, d)$, zodat $a \\equiv c \\bmod 2$. Schrijf $a+b=2^{k}$ en $c+d=2^{\\ell}$ met $k$ en $\\ell$ positieve gehele getallen. Neem zonder verlies van algemeenheid aan dat $\\ell \\geq k$. We zien dat\n\n$$\n\\begin{aligned}\n2^{\\ell}-2^{k} & =(c+d)-(a+b) \\\\\n& =\\left(c+n-c^{2}\\right)-\\left(a+n-a^{2}\\right)=c-a-c^{2}+a^{2}=(a+c-1)(a-c) .\n\\end{aligned}\n$$\n\nOmdat $\\ell \\geq k$ is $2^{k}$ een deler van $2^{\\ell}-2^{k}$. Omdat $a \\equiv c \\bmod 2$, is $a+c-1$ oneven, dus moet $2^{k}$ een deler zijn van $a-c$. Omdat $2^{\\ell}-2^{k} \\geq 0$ en $a+c-1>0$ is $a-c \\geq 0$. Anderzijds geldt $a-c2 y$.\nb) Bewijs: als $x^{5}-y^{3} \\geq 2 x$, dan geldt $x^{3} \\geq 2 y$.", "solution": "a) Er geldt $x^{3}-4 x \\geq y^{3}>0$, dus $x\\left(x^{2}-4\\right)>0$. Omdat $x$ positief is, volgt hieruit dat $x^{2}-4>0$, dus $x^{2}>4$. Dat betekent $x>2$. Verder geldt $x^{3}-y^{3} \\geq 4 x>0$, dus $x>y$. Combineren van deze twee resultaten (wat mag omdat $x$ en $y$ beide positief zijn) geeft $x^{2}=x \\cdot x>2 \\cdot y=2 y$.\nb) Er geldt $\\left(x^{4}-4\\right)^{2} \\geq 0$. Uitwerken geeft $x^{8}-8 x^{4}+16 \\geq 0$. Omdat $x$ positief is, kunnen we dit met $x$ vermenigvuldigen zonder dat het teken omklapt, dus geldt ook $x^{9} \\geq 8 x^{5}-16 x$. Uit de gegeven ongelijkheid volgt $x^{5}-2 x \\geq y^{3}$. Als we dat combineren met het voorgaande, krijgen we $x^{9} \\geq 8\\left(x^{5}-2 x\\right) \\geq 8 y^{3}$. Hieruit volgt $x^{3} \\geq 2 y$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2019-B_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 3.", "solution_match": "# Oplossing."}} {"year": "2019", "tier": "T1", "problem_label": "4", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Bestaan er een positief geheel getal $k$ en een niet-constante rij $a_{1}, a_{2}, a_{3}, \\ldots$ van positieve gehele getallen zodat $a_{n}=\\operatorname{ggd}\\left(a_{n+k}, a_{n+k+1}\\right)$ voor alle positieve gehele getallen $n$ ?", "solution": "Zo'n $k$ en bijbehorende rij bestaan niet. We bewijzen dit uit het ongerijmde, dus stel dat ze wel bestaan. Merk op dat $a_{n} \\mid a_{n+k}$ en $a_{n} \\mid a_{n+k+1}$ voor alle $n \\geq 1$. Met een eenvoudige inductie volgt ook dat $a_{n} \\mid a_{n+\\ell k}$ en $a_{n} \\mid a_{n+\\ell k+\\ell}$ voor alle $l \\geq 0$. We bewijzen nu met inductie naar $m$ dat $a_{n} \\mid a_{n+m k+(m+1)}$ voor alle $0 \\leq m \\leq k-1$. Voor $m=k-1$ volgt dit uit $a_{n} \\mid a_{n+k \\cdot k}=a_{n+(k-1) k+k}$. Stel nu dat voor zekere $m$ met $1 \\leq m \\leq k-1$ geldt dat $a_{n} \\mid a_{n+m k+(m+1)}$. We weten ook dat $a_{n} \\mid a_{n+m k+m}$, dus vanwege $a_{n+(m-1) k+m}=\\operatorname{ggd}\\left(a_{n+m k+m}, a_{n+m k+m+1}\\right)$ geldt ook $a_{n} \\mid a_{n+(m-1) k+m}$. Dit voltooit de inductiestap. Invulen van $m=0$ geeft nu $a_{n} \\mid a_{n+1}$.\nOmdat $a_{n} \\mid a_{n+1}$, geldt ook $\\operatorname{ggd}\\left(a_{n}, a_{n+1}\\right)=a_{n}$ voor alle $n$. Dus $a_{n}=a_{n-k}$ voor alle $n \\geq k+1$. We hebben nu $a_{n-k}\\left|a_{n-k+1}\\right| a_{n-k+2}|\\ldots| a_{n}=a_{n-k}$. Omdat het om allemaal positieve gehele getallen gaat, moeten $a_{n-k}, a_{n-k+1}, \\ldots, a_{n}$ allemaal gelijk zijn. Dit geldt voor alle $n \\geq k+1$, dus de rij is constant. Tegenspraak.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2019-B_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 4.", "solution_match": "\nOplossing I."}} {"year": "2019", "tier": "T1", "problem_label": "4", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Bestaan er een positief geheel getal $k$ en een niet-constante rij $a_{1}, a_{2}, a_{3}, \\ldots$ van positieve gehele getallen zodat $a_{n}=\\operatorname{ggd}\\left(a_{n+k}, a_{n+k+1}\\right)$ voor alle positieve gehele getallen $n$ ?", "solution": "Zo'n $k$ en bijbehorende rij bestaan niet. We bewijzen dit uit het ongerijmde, dus stel dat ze wel bestaan. Merk op dat $a_{n} \\mid a_{n+k}$ en $a_{n} \\mid a_{n+k+1}$ voor alle $n \\geq 1$. Zij nu $0 \\leq \\ell \\leq k$ een geheel getal. Dan geldt $k^{2}+\\ell=(k-\\ell) \\cdot k+\\ell \\cdot(k+1)$. Door de eerste deelbaarheid $k-\\ell$ keer toe te passen en vervolgens de tweede $\\ell$ keer, vinden we hiermee dat $a_{n} \\mid a_{n+k^{2}+\\ell}$. Er geldt dus $a_{n} \\mid a_{n+k^{2}+\\ell}$ voor alle $0 \\leq \\ell \\leq k$.\nWe bewijzen nu dat als $a_{n} \\mid a_{i}, a_{i+1}, \\ldots, a_{i+k}$, dat dan ook $a_{n} \\mid a_{i-1}$. Er geldt $a_{i-1}=$ $\\operatorname{ggd}\\left(a_{i+k-1}, a_{i+k}\\right)$. Omdat $a_{n}$ ook een gemeenschappelijke deler van $a_{i+k-1}$ en $a_{i+k}$ is, moet er gelden dat $a_{n} \\mid a_{i-1}$.\nWe weten $a_{n} \\mid a_{n+k^{2}}, a_{n+k^{2}+1}, \\ldots, a_{n+k^{2}+k}$, dus door het bovenstaande toe te passen, vinden we $a_{n} \\mid a_{n+k^{2}-1}$. Met inductie krijgen we nu $a_{n} \\mid a_{n+k^{2}-m}$ voor alle $m