{"year": "2020", "tier": "T1", "problem_label": "1", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Gegeven zijn reële getallen $a_{1}, a_{2}, \\ldots, a_{2020}$, niet noodzakelijk verschillend. Voor elke $n \\geq 2020$ wordt nu $a_{n+1}$ gedefinieerd als het kleinste reële nulpunt van het polynoom\n\n$$\nP_{n}(x)=x^{2 n}+a_{1} x^{2 n-2}+a_{2} x^{2 n-4}+\\ldots+a_{n-1} x^{2}+a_{n}\n$$\n\nals dat bestaat. Veronderstel dat $a_{n+1}$ bestaat voor alle $n \\geq 2020$. Bewijs dat $a_{n+1} \\leq a_{n}$ voor alle $n \\geq 2021$.", "solution": "Als $x=\\alpha$ een nulpunt van $P_{n}$ is, dan is $x=-\\alpha$ ook een nulpunt, aangezien alle termen in $P_{n}(x)$ een even graad hebben. Het kleinste nulpunt van $P_{n}$ kan dus nooit positief zijn. Er geldt daarom $a_{n} \\leq 0$ voor alle $n>2020$. Er geldt $P_{n+1}(x)=x^{2} \\cdot P_{n}(x)+a_{n+1}$. Vul nu $x=a_{n+1}$ in: we weten dat dat een nulpunt van $P_{n}$ is, dus $P_{n+1}\\left(a_{n+1}\\right)=0+a_{n+1} \\leq 0$.\n\nOmdat de term in $P_{n}(x)$ met de hoogste graad $x^{2 n}$ is, is er een $N<0$ zodat $P_{n}(x)>0$ voor alle $x0$. Dus voor $n \\geq 2021$ is er een zekere $N<0$ met $P_{n}(x)>0$ voor $x1$ tenzij $b=1$, maar in dat geval geldt $\\varphi(b)=b$ ). Hieruit volgt dat $b$ een priemgetal is. Voor alle priemgetallen klopt de vergelijking. We concluderen dat $(1, p)$ een oplossing is voor alle priemgetallen $p$. Net zo goed geeft $b=1$ de oplossingen $(p, 1)$.\n\nWe nemen nu verder aan dat $a, b \\geq 2$. Omdat $\\operatorname{ggd}(b, b)>1$ geldt $\\varphi(b) \\leq b-1$. Dus\n\n$$\n\\operatorname{ggd}(a, b)=a+b-\\varphi(a)-\\varphi(b) \\geq a-\\varphi(a)+1\n$$\n\nZij nu $p$ de kleinste priemdeler van $a$ (die bestaat, want $a \\geq 2$ ). Omdat voor alle $p$-vouden $t p \\leq a$ geldt dat $\\operatorname{ggd}(t p, a)>1$, is $a-\\varphi(a) \\geq \\frac{1}{p} \\cdot a$. Er geldt dus\n\n$$\n\\operatorname{ggd}(a, b) \\geq a-\\varphi(a)+1 \\geq \\frac{a}{p}+1\n$$\n\nDe grootste twee delers van $a$ zijn $a$ en $\\frac{a}{p}$. Omdat $\\operatorname{ggd}(a, b)$ een deler van $a$ is die minstens $\\frac{a}{p}+1$ is, moet hij gelijk zijn aan $a$. Dus $\\operatorname{ggd}(a, b)=a$. Volkomen analoog kunnen we bewijzen dat $\\operatorname{ggd}(a, b)=b$. Dus $a=b$.\n\nNu gaat de vergelijking over in $2 a=2 \\varphi(a)+a$, oftewel $a=2 \\varphi(a)$. We zien dat $2 \\mid a$. Schrijf daarom $a=2^{k} \\cdot m$ met $k \\geq 1$ en $m$ oneven. Dan geldt wegens een bekende eigenschap van de $\\varphi$-functie dat $\\varphi(a)=\\varphi\\left(2^{k}\\right) \\varphi(m)=2^{k-1} \\cdot \\varphi(m)$, dus de vergelijking gaat over in $2^{k} \\cdot m=2 \\cdot 2^{k-1} \\cdot \\varphi(m)$, oftewel $m=\\varphi(m)$. Hieruit volgt $m=1$. Dus $a=b=2^{k}$ en dan klopt de vergelijking inderdaad.\n\nWe concluderen dat de oplossingen zijn: $(1, p)$ en $(p, 1)$ voor alle priemgetallen $p$, en $\\left(2^{k}, 2^{k}\\right)$ voor alle positieve gehele $k$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2020-D2020_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 3.", "solution_match": "\nOplossing I."}} {"year": "2020", "tier": "T1", "problem_label": "3", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Bepaal alle paren $(a, b)$ van positieve gehele getallen waarvoor\n\n$$\na+b=\\varphi(a)+\\varphi(b)+\\operatorname{ggd}(a, b) .\n$$\n\nHier is $\\varphi(n)$ het aantal getallen $k$ uit $\\{1,2, \\ldots, n\\}$ met $\\operatorname{ggd}(n, k)=1$.", "solution": "Schrijf $a=x d, b=y d$ met $d=\\operatorname{ggd}(a, b)$. Dan gaat de vergelijking over in\n\n$$\nx d+y d=\\varphi(x d)+\\varphi(y d)+d\n$$\n\nVan de getallen $\\{1,2, \\ldots, x\\}$ zijn er $\\varphi(x)$ die copriem zijn met $x$, dus hooguit $\\varphi(x)$ die copriem zijn met $x d$. Hetzelfde geldt voor de getallen $\\{x+1, x+2, \\ldots, 2 x\\}$ en meer\nalgemeen voor de getallen $\\{t x+1, t x+2, \\ldots,(t+1) x\\}$. Door de getallen $\\{1,2, \\ldots, x d\\}$ in $d$ van dit soort groepjes op te delen, zien we dat hooguit $d \\cdot \\varphi(x)$ van deze getallen copriem zijn met $x d$. Dus $\\varphi(x d) \\leq d \\cdot \\varphi(x)$. Analoog geldt $\\varphi(y d) \\leq d \\cdot \\varphi(y)$. Dus krijgen we\n\n$$\nx d+y d \\leq d \\cdot \\varphi(x)+d \\cdot \\varphi(y)+d\n$$\n\nDelen door $d$ geeft\n\n$$\nx+y \\leq \\varphi(x)+\\varphi(y)+1\n$$\n\nAls $x, y \\geq 2$ geldt $\\varphi(x) \\leq x-1, \\varphi(y) \\leq y-1$ en kan dit niet waar zijn. Dus minstens één van $x$ en $y$ is gelijk aan 1.\n\nStel dat $x=y=1$. Dan geldt $a=b$. Net als in de eerste oplossing leiden we af dat dan $a=b=2^{k}$ met $k \\geq 1$.\n\nStel nu dat $x=1$ en $y \\neq 1$. Dan moet gelden $\\varphi(y) \\geq y-1$, dus $y$ moet dan een priemgetal zijn. Verder moet er gelijkheid gelden in $\\varphi(x d) \\leq d \\cdot \\varphi(x)$. Invullen van $x=1$ geeft dus $\\varphi(d)=d \\cdot \\varphi(1)=d$. Dat kan alleen als $d=1$. We vinden $(a, b)=(1, p)$ voor een priemgetal $p$. Analoog volgt uit $x \\neq 1$ en $y=1$ de oplossing $(p, 1)$.\n\nWe concluderen dat de oplossingen zijn: $(1, p)$ en $(p, 1)$ voor alle priemgetallen $p$, en $\\left(2^{k}, 2^{k}\\right)$ voor alle positieve gehele $k$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2020-D2020_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 3.", "solution_match": "\nOplossing II."}} {"year": "2020", "tier": "T1", "problem_label": "4", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Zij $A B C$ een scherphoekige driehoek en zij $P$ het snijpunt van de raaklijnen in $B$ en $C$ aan de omgeschreven cirkel van $\\triangle A B C$. De lijn door $A$ loodrecht op $A B$ en de lijn door $C$ loodrecht op $A C$ snijden in $X$. De lijn door $A$ loodrecht op $A C$ en de lijn door $B$ loodrecht op $A B$ snijden in $Y$. Toon aan dat $A P \\perp X Y$.\n![](https://cdn.mathpix.com/cropped/2024_12_06_90a3afd5e599870b1230g-5.jpg?height=760&width=814&top_left_y=731&top_left_x=642)", "solution": "Zij $M$ het midden van de omgeschreven cirkel van $\\triangle A B C$ en schrijf $\\alpha=$ $\\angle B A C$. We bewijzen eerst dat $\\triangle B Y A \\sim \\triangle B M P$ en vervolgens dat $\\triangle Y B M \\sim \\triangle A B P$. Wegens de middelpunt-omtrekshoekstelling geldt $\\angle B M C=2 \\angle B A C=2 \\alpha$. Vierhoek $P B M C$ is een vlieger met symmetrie-as $P M$ (wegens gelijke stralen $|M B|=|M C|$ en gelijke raaklijnstukjes $|P B|=|P C|$ ), dus $M P$ deelt hoek $\\angle B M C$ in tweeën. We concluderen dat $\\angle B M P=\\frac{1}{2} \\angle B M C=\\alpha$. Verder geldt $\\angle P B M=90^{\\circ}$ (raaklijn staat loodrecht op de straal) en dus wegens hoekensom dat $\\angle M P B=90^{\\circ}-\\alpha$. Anderzijds geldt dat $\\angle A B Y=90^{\\circ}$ (gegeven) en dat $\\angle Y A B=\\angle Y A C-\\angle B A C=90^{\\circ}-\\alpha$. Dus $\\angle A B Y=\\angle P B M$ en $\\angle Y A B=\\angle M P B$, waaruit volgt dat $\\triangle B Y A \\sim \\triangle B M P$. Uit deze gelijkvormigheid volgt dat $\\frac{|Y B|}{|A B|}=\\frac{|M B|}{|P B|}$. Combineren we dit met de hoekengelijkheid\n\n$$\n\\angle Y B M=\\angle Y B A+\\angle A B M=90^{\\circ}+\\angle A B M=\\angle A B M+\\angle M B P=\\angle A B P\n$$\n\ndan zien we dat bovendien $\\triangle Y B M \\sim \\triangle A B P$. Noemen we nu $T$ het snijpunt van $A P$ en $Y M$, dan zien we dus dat\n\n$$\n\\angle B Y T=\\angle B Y M=\\angle B A P=\\angle B A T\n$$\n\nwaaruit volgt dat $B Y A T$ een koordenvierhoek is. We concluderen dat $\\angle A T Y=\\angle A B Y=$ $90^{\\circ}$, dus dat $A P \\perp Y M$. Analoog vinden we dat $A P \\perp X M$. Maar dat betekent dat de\nlijnen $Y M$ en $X M$ samenvallen en dat $A P \\perp X Y$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2020-D2020_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 4.", "solution_match": "\nOplossing I."}} {"year": "2020", "tier": "T1", "problem_label": "4", "problem_type": null, "exam": "Dutch_TST", "problem": "Zij $A B C$ een scherphoekige driehoek en zij $P$ het snijpunt van de raaklijnen in $B$ en $C$ aan de omgeschreven cirkel van $\\triangle A B C$. De lijn door $A$ loodrecht op $A B$ en de lijn door $C$ loodrecht op $A C$ snijden in $X$. De lijn door $A$ loodrecht op $A C$ en de lijn door $B$ loodrecht op $A B$ snijden in $Y$. Toon aan dat $A P \\perp X Y$.\n![](https://cdn.mathpix.com/cropped/2024_12_06_90a3afd5e599870b1230g-5.jpg?height=760&width=814&top_left_y=731&top_left_x=642)", "solution": "Zij $S$ het snijpunt van $C X$ en $B Y$. De lijnen $A X$ en $B Y$ staan allebei loodrecht op $A B$, dus geldt $A X \\| B Y$, en analoog $A Y \\| C X$. Dus $A X S Y$ is een parallellogram. Daarnaast geldt $\\angle A B S=90^{\\circ}=\\angle A C S$, dus wegens Thales is $A S$ een middellijn van de omgeschreven cirkel van $\\triangle A B C$. Het middelpunt $M$ van deze cirkel is daarom het midden van $A S$. De diagonalen van een parallellogram snijden elkaar middendoor, dus $X Y$ gaat door het midden van $A S$, dus door $M$.\n\nZij nu $T$ op $X Y$ zodat $\\angle A T X=90^{\\circ}$. Er geldt dan $\\angle A T X=\\angle A C X$, dus $A T C X$ is een koordenvierhoek. Net zo is $A T B Y$ een koordenvierhoek. Nu geldt $\\angle A T C=180^{\\circ}-\\angle A X C$, en wegens $A C \\perp C X$ en $A B \\perp A X$ geldt $\\angle A X C=90^{\\circ}-\\angle C A X=\\angle C A B$. Dus $\\angle A T C=180^{\\circ}-\\angle C A B$. Analoog geldt ook $\\angle A T B=180^{\\circ}-\\angle C A B$. Dus $\\angle B T C=360^{\\circ}-$ $\\left(180^{\\circ}-\\angle C A B\\right)-\\left(180^{\\circ}-\\angle C A B\\right)=2 \\angle C A B$. Wegens de middelpuntsomtrekshoekstelling geldt bovendien $\\angle B M C=2 \\angle B A C$, dus $\\angle B T C=\\angle B M C$. Hieruit volgt dat $B M T C$ een koordenvierhoek is.\n\nOmdat $B P$ en $C P$ raaklijnen aan de omgeschreven cirkel van $\\triangle A B C$ zijn, geldt $\\angle M B P=$ $90^{\\circ}=\\angle M C P$, dus $M B P C$ is een koordenvierhoek met middellijn $M P$. Maar we hebben net gezien dat $T$ ook op deze cirkel ligt. Er geldt dus $\\angle M T P=\\angle M B P=90^{\\circ}$. Aangezien nu $\\angle A T M+\\angle M T P=180^{\\circ}$, ligt $T$ dus op $A P$. We concluderen dat $A P \\perp X Y$.", "metadata": {"resource_path": "Dutch_TST/segmented/nl-2020-D2020_uitwerkingen.jsonl", "problem_match": "\nOpgave 4.", "solution_match": "\nOplossing II."}}